Bergop rijden: tips & tricks

Spreek de naam Mont Ventoux uit en de reactie van de mensen rondom jou is er eentje van “ohlala”, “amaaaai” of “pfff”. Er wordt niet eens gezegd dat het gaat over een wel heel hoge berg, maar spontaan krijgt iedereen “pijn” aan de benen. Wielrenner of niet. Anders gezegd, de Mont Ventoux is een klim die hand in hand gaat met een potje afzien van de bovenste plank. Of tenminste, die reputatie heeft de “kale reus”. Maar is die veronderstelling ook een waarheid als een klok? Laat het een opluchting zijn, want naar mijn mening kan het ook anders. Het klimmen zal zeker vermoeiend zijn maar het moét geen lijdensweg worden. Daarom enkele tips om de beklimming van de Mont Ventoux ietwat makkelijker te maken.

  1. Tuur in de natuur.

Een ex-ploegmaatje van me leerde mij een eerste goeie les. Als het bergop rijden erg lastig begint te worden, kijk dan rond je. Want meestal brengt een klim de meest machtige landschappen en vergezichten met zich mee. Dat wil zeker niet zeggen dat je van je fiets moet stappen voor een reeks selfies. Maar neem al dat moois in je op en laat geen enkele minuut voorbij gaan zonder dat je deze rijkdom opslaat op je harde schijf. Op deze manier gaat de tijd veel sneller voorbij en ben je aan de top voor je het weet. Genieten is de boodschap! Want tenslotte, daar doen we het toch voor.

  1. No panic!!!

Het kan wel eens gebeuren dat je een klimritme kiest dat eigenlijk te hoog gegrepen is voor jou. Opeens kan dan het lactaat in je benen zodanig toenemen dat je de controle over je lichaam lijkt te verliezen. Alarm!

Begin niet te panikeren. Kies een lichter verzet, controleer je ademhaling (diep in -en uit ademen) en geef je lichaam even de tijd om zich aan te passen. Je zal zien dat je hartslag een beetje daalt en het lactaat afzwakt. Alles is weer onder controle en je kan gerust verder. Maar blijf die ademhaling controleren.

  1. Kijk naar jezelf.

Het is best mogelijk dat er een heel deel renners je voorbij steekt. Laat ze gaan! Jij kiest jouw ritme en snelheid en op je eigen tempo rijd je verder. Dat is geen teken van zwakte. Absoluut niet! Niet iedereen is evengoed getraind en is gemaakt voor dit soort van inspanning. Bovendien zal je zien dat je verschillende coureurs, die zich vergaloppeerd hebben, terug zal voorbijsteken. Luister naar je lichaam!

  1. Trap ‘licht’.

Mensen hebben dikwijls de neiging om, wanneer het moeilijk wordt, een tandje zwaarder te schakelen. Laat je hiertoe niet verleiden! Trappen met een hoge frequentie en een klein verzetje, is het meest efficiënte (denk maar aan Froome’s snelle traptechniek). Op deze manier verbruik je de minste energie.

  1. Zittend in het zadel.

Op tv zie je de renners vaak klimmen al ‘staand’ op de pedalen. Ik raad dit af tenzij je deze klimtechniek goed getraind hebt. Dikwijls zorgt het voor een ‘slag van de hamer’ wat verderop. Blijf dus gewoon in het zadel verder trappen op eigen tempo. Wat je wel kan doen om heel even die spanning van je quadriceps (voorzijde bovenbenen) te halen, is een poosje focussen op het optrekken van de pedalen. Hiermee ga je de hamstrings (achterzijde bovenbenen) wat zwaarder belasten maar krijgen die quadriceps eventjes rust.

  1. Eten en drinken!

Blijven bijtanken is cruciaal. Drink om de 10min een goeie slok sportdrank en om de 20min een hap van je energiereep (slurp van je gelletje). Blijf deze timing goed in het oog houden. Hierdoor blijf je tevens denken aan je voeding en gaat de focus niet naar de verzuring in je benen. (voor meer info over sportvoeding, lees deze blog: )

  1. Een voorbereid renner, heeft een stapje voor.

Bekijk de avond vóór de rit, nog eens goed de volledige tocht. Op kilometer hoeveel start de klim en hoeveel kilometer duurt hij? Memoriseer dit of schrijf het op een stukje tape dat je op je bovenbuis plakt. En vergeet uiteraard je fietscomputer niet mee te nemen en bij aanvang te starten!

  1. Doe aan wiskunde onderweg.

Dit vak was nooit mijn specialiteit maar ‘breuken’ kan ik intussen toch wat beter (een rekenwonder ga ik nooit meer worden). Zo denk ik steeds bijvoorbeeld 1/5de afgelegd, 1/3de gedaan, halfweg en ga zo maar verder. Ook dit houdt je hoofd bij dat vervelende lactaat in je benen vandaan.

Genoeg theorie, nu is het tijd voor de praktijk. Geloof in jezelf! Iedereen kan de top behalen. Waar een wil is, is een weg. “Vouloir, c’est pouvoir”, Zei mijn grootmoeder altijd. De beste levensles en een wet voor iedere sporter. Veel succes!

 

Lees ook: Welke fietskledij draag je best voor het beklimmen van de mont Ventoux

Comment

There is no comment on this post. Be the first one.

Leave a comment

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.